Bowdenkabels onderhouden en repareren

Als het gas, de choke, de koppeling of trommelrem stroef beginnen te worden, dien je dringend aan de slag te gaan met de betreffende hendels en bowdenkabels.

Bowdenkabels op de motor: onderhoud en reparatie

Wanneer het gas, de choke, de koppeling en bij klassiekers de trommelrem niet meer zo makkelijk als anders te bedienen zijn, wanneer de bediening zelfs 'hapert', moet je dringend eens een blik werpen op de hendels en vooral ook op de bowdenkabel van de bediening. 

Om te beginnen mag de bowdenkabel geen knikken vertonen en moet deze in een zo groot mogelijke bocht zijn aangelegd. Als de kabel wordt afgekneld of een te korte bocht moet maken, moet veel meer kracht worden gezet bij de bediening. Gashendels moeten altijd zelfstandig terugkeren naar de beginstand. Als ze dat niet meer doen, kan de oorzaak ook een ongunstige positie van de kabel zijn, of wrijving van de gasdraaibus op het stuur, op de armatuur, op het stuuruiteinde (bijv. door een ongunstig geplaatste greeparmatuur), een defecte bowdenkabelkern of een gebrek aan smering. 

Regelmatige, grondige smering is absoluut vereist, omdat de kabel anders voortijdig versleten is. Gebruik altijd een bowdenkabelspray wanneer de kabel een Teflon-binnenlaag heeft en zich in het binnenste van het omhulsel dus een dunne, witachtige 'slang' bevindt die de kern beter laat 'glijden'. 

Toepassingsvoorbeeld bowdenkabeloliepot

Toepassingsvoorbeeld bowdenkabeloliepot

Door olie zou de Teflon opzwellen, zodat de kabel uiteindelijk toch moeizaam zou bewegen. Olie (liefst niet al te laagviskeus) mag daarom alleen worden gebruikt voor het smeren van conventionele bowdenkabels zonder Teflon-binnenlaag – maar ook daarvoor mag de genoemde bowdenkabelspray worden gebruikt. Met een bowdenkabel-smeergereedschap is de olie uitstekend in de kabel aan te brengen. 

De kabel is voldoende gesmeerd wanneer het smeermiddel aan het onderuiteinde weer naar buiten komt. Als je olie gebruikt, kun je de uitgebouwde kabel een nachtje laten hangen, zodat de olie er goed doorheen kan lopen en het overtollige deel kan worden opgevangen/verwijderd. 

Als je bij controle van de bowdenkabel ontdekt dat er afzonderlijke draden van de kern al zijn gebroken, moet je de kern of de hele kabel zo snel mogelijk vervangen, want als een bowdenkabel tijdens het rijden breekt, is de ellende niet te overzien. 

Zorgvuldige motorrijders hebben daarom altijd een 'noodreparatieset' bij zich op de motor, die bowdenkabelmateriaal en schroefnippels omvat. Controleer of de nippels in de noodreparatieset echt geschikt zijn voor de armaturen van jouw motormodel en vul ze eventueel aan. 

Zorg er ook voor dat je ook altijd een schroevendraaier bij je hebt die goed past op de schroeven van de nippels, en een tang om de nippels vast te houden, zodat je ze stevig genoeg kunt aandraaien zonder ze te beschadigen. 

Verder heb je een scherpe tang nodig om de draad af te knippen. Dat gaat het beste met een speciale bowdenkabeltang die de draad niet platknijpt, maar met een goede lange kabeltang kun je ook voldoende kracht zetten; traditionele korte nijptangen en zijkniptangen zijn minder effectief. 

Voor de koppelingskabel dienen schroefnippels altijd alleen als noodreparatieoplossing voor een rit naar de dichtstbijzijnde werkplaats te worden gebruikt. Monteer nooit een schroefnippel op een remkabel. Bel in een dergelijk geval liever de ANWB en laat je voertuig afvoeren naar de werkplaats. Choke- en gaskabels brengen maar weinig kracht over en kunnen ook langere tijd met schroefnippels worden bediend als deze goed zijn gefixeerd. Maar ook hierbij zijn gesoldeerde nippels professioneler.

Als je de kabel moet vervangen en de juiste maat niet beschikbaar of niet meer verkrijgbaar is of als je een afwijkende lengte nodig hebt, bijv. omdat je het stuur wilt vervangen, moet je zelf een bowdenkabel maken. Dat kun je met een bowdenkabelmantel en -kern per meter en afzonderlijk verkrijgbare nippels en instellers relatief gemakkelijk en voordelig realiseren. 

Let bij het samenstellen van de kabel op het volgende:

  • De kern moet altijd een beetje speling hebben in de mantel van de bowdenkabel, zodat deze ook bij een kleine radius weinig wrijving ondervindt. Voor dunne gas- en chokekabels is een speling van 1 mm voldoende. Dikkere koppelingskabels hebben een speling van 1-1,5 mm nodig.
  • Controleer eerst aan de hand van je originele kabel, welke nippelgrootte je nodig hebt. Japanse motorfabrikanten gebruiken af en toe nippels die niet in de handel verkrijgbaar zijn. Slimme doe-het-zelvers laten zich hierdoor echter niet tegenhouden en maken van dunne staafjes messing (bijvoorbeeld uit de bouwmarkt) zelf de benodigde nippelvormen.
  • Vergeet niet ook afsluithulzen mee te bestellen. Verstellers kunnen vaak worden overgenomen van de oude originele kabel.

Voor de vervaardiging van de nieuwe bowdenkabel heb je verder een soldeerbout met een vermogen van minstens 80 watt of liever nog een brander, een beetje soldeer, remmenreiniger en zeker ook soldeerwater (verkrijgbaar bij de bouwmarkt) om de kern vooraf te reinigen nodig. Bepaal de maat voor het artikel per meter eerst aan de hand van de originele kabel of de positie op het voertuig (houd bij vervanging van het stuur rekening met de bijbehorende lengtecorrectie). 


Bowdenkabels onderhouden en repareren – aan de slag

Stap 1: Bowdenkabel inkorten

Stap 1: Bowdenkabel inkorten

01 – Bowdenkabel inkorten

Soldeer eerst aan een uiteinde een nippel aan de kabelkern, stel de kabel samen en voer een testmontage uit op het voertuig om de exacte lengte tot de armatuur te bepalen. Zorg dat eventuele verstellers in de basispositie worden teruggeschroefd en bijv. het wormwiel van de koppeling zich ook in de basispositie bevindt. Houd wel rekening met de benodigde speling van de kabel (ca. 2-3 mm) en laat de kern voor het vastsolderen een paar millimeter uit de nog losse nippel uitsteken. 

De kabelmantel moet correct in de verstellers liggen, niet per ongeluk buiten op de rand worden gelegd, zodat je de kern optimaal op lengte kunt maken! 


Stap 2: Bowdenkabelkern in de soldeernippel openwerken

Stap 2: Bowdenkabelkern in de soldeernippel openwerken

02 – Bowdenkabelkern in de soldeernippel openwerken

Controleer je werk zorgvuldig. Nadat de tweede nippel is vastgesoldeerd, zijn geen correcties meer mogelijk. Maak de kabel dan los en soldeer de tweede nippel eraan. Ga bij het solderen als volgt te werk: Reinig het uiteinde van de kabel met remmenreiniger. Schuif de nippel erop en laat het einde van de kern een beetje uitsteken. Zet de nippel vast in een bankschroef en spreid de afzonderlijke draden van de kern met een schroevendraaier, zodat de nippel er niet meer zo makkelijk af kan schuiven. Hierdoor is de soldeerplaats later stabiel.


Stap 3: Bowdenkabeleinde met soldeernippel in soldeerwater reinigen

Stap 3: Bowdenkabeleinde met soldeernippel in soldeerwater reinigen

03 – Bowdenkabeleinde met soldeernippel in soldeerwater reinigen

Dompel het uiteinde van de bowdenkabel met de nippel nu in soldeerwater om het grondig te reinigen. Alleen dan heeft de soldeer grip, anders druppelt de soldeer gewoon weer van de draad af; reinigen met alleen remmenreiniger of verdunner is niet voldoende.


Stap 4: Soldeernippels

Stap 4: Soldeernippels

04 – Soldeernippels

Verhit de nippel met de soldeerbout/brander. Maak de kern niet 'gloeiend' heet, want dan kan deze bros worden! Voer nu van bovenaf soldeer toe naar de soldeernippel, waarbij het opengewerkte uiteinde van de kern naar beneden wijst. Het resultaat is perfect wanneer de soldeer goed in de nippel vloeit en bij het uitgespreide uiteinde een kogeltje vormt.


Stap 5: Soldeerplaats gladvijlen

Stap 5: Soldeerplaats gladvijlen

05 – Soldeerplaats gladvijlen

Laat de nippel afkoelen. Daarna kun je de kop van de nippel met een vijl eventueel gladmaken. Smeer de voltooide kabel grondig, voordat je deze monteert (zie boven). Controleer bij de montage of de kabel bij de armatuur onnodige wrijving vertoont die tot voortijdige slijtage zou kunnen leiden. Maak de plaatsen met wrijving eventueel glad met een vijl/schuurpapier. Zorg ook voor voldoende speling bij het inbouwen. Als een gaskabel te strak is afgesteld, kan deze onbedoeld het stationair toerental vervalsen of het gas bij aanslag van het stuur 'opentrekken'. Te weinig speling bij de koppeling kan leiden tot een slippende koppeling. Bij de koppeling dient de kabel 2-3 mm speling te hebben.


Onze aanbeveling


Het Louis Technisch Centrum

Als je een technische vraag over je motor hebt, neem dan contact op met ons Technisch Centrum. Daar heeft men oneindig veel ervaring, naslagwerken en adressen.

Let op!

Deze tips voor hobbymonteurs vormen algemene handelwijzen die niet van toepassing kunnen zijn op alle voertuigen of alle afzonderlijke onderdelen. Omdat de concrete situatie bij jou ter plaatse sterk kan afwijken, kunnen wij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de toepasselijkheid van de informatie in deze tips voor hobbymonteurs.

Bedankt voor je begrip.